 |
Sportklimmen tussen de ijspegels... | januari 2005
Een jaar of zes geleden, direct na mijn eerste europese jeugcup in Imst, bleven we met de de zes hollandse deelnemers drie daagjes in Oostenrijks, om naar Schleierwasserfall te gaan, waar de moeilijkste rotsroutes van het land zaten, en waar de `Huber bruders` elke vrije dag heen gingen om noch meer 8c´s en 9a´s te openen. Het was voor ons fantastisch om onder die grote daken te staan, en dan te zeggen: “nou, laten we toch maar die 7c proberen, want in die 8c+ komen we toch niet boven“ .
Veel weet ik er niet meer van, behalve dat het vreselijk ver omhoog lopen was, en dat ik er mijn eerste 7c+ geklommen heb.
Altijd heb ik gedacht dat Schleierwasserfall, wat midden in de Wilder Kaiser ligt, veel te ver rijden van hier was, totdat ik door Fuzzy opgebeld wordt met de enthousiaste vraag: zullen we morgen naar Schleier gaan?
Ik val stil, denk aan die 9a´s, en zeg: ja, waarom niet? Katha heeft ook el zin, en een vriend van Fuzzy, Hans, is ook van de partij.
Dan rest ons enkel het probleem: het is januari en het heeft net een meter erbij gesneeuwd... ah, who cares, dan gaan we er toch met skis naar toe? Snel wordt een topootje van internet gedownload, en de skis worden met vellen uitgerust.
De volgende morgen staan we vroeg op, halen Fuzzy en Hans op en rijden in krap een uurtje van Innsbruck naat St Johann, en rijden zo ver als maar kann de bergen in, waar tot onze verbijstering nog meer sneeuw als thuis ligt. Hier ligt op de daken van de huizen zo´n anderhalf á twee meter sneeuw, en daardoor gaat ook de weg niet meer verder. De sneeuwploeg heeft zijn best gedaan.
De teller zegt min 9, en om hal 10 beginnen met ons skitourtje. Over een lawine heen, langs de alpenhutjes, door het bos, omhoog en omhoog. Fuzzy die op sneeuwschoenen is, omdat hij te eigenwijs was om skis mee te nehmen, heeft het er maar zwaar mee, maar Hans blijkt een echte tiroler en maakt voor ons met een fors tempo een mooi spoor.
We weten allen dat dit pas het karrenspoor is en dat het laatste stuk totaan de rots over een steil paadje voert, en vragen ons af of dit wel evht zo slim was.
De laatste tien minuten lopen in de zomer zigzagt men steil door het bos omhoog en met skis lijkt het in de winter ook redelijk te gaan, totdat ik een keer op mijn skistok leun, die volledig de sneeuw in duikt, en ik tussen de bomen naar beneden rol. Fuzzy lacht me zo hard uit, dat ook hij zijn balans verliest, en me achter na valt.
Een kwartier later, staan we weer op het pad, en Fuzzy krijgt het voor elkaar om bij de eerste stap nog een keer naar beneden te rollen, en dan kunnen we weer verder. We staan hondert meter onder de rots, en zien een enorme ijspegel van 15 meter lang en 2 meter dik boven ons hangen, waar vroeger die waterval was. Snel lopen we door, terwijl er om de minnut een lading sneeuw en ijspegels naar beneden komt.
Met een enorme omweg komen we eindelijk onder de rots aan, waar het stikheet is, doordat het zonnetje de grote kom de hele ochtend al verwarmt. Een half uur later komt ook Fuzzy met een rood hoofd aan en kunnen we eindelijk klimmen.
Tegen de instap van de klassieke 8b+ ´Wassermusik`, staat een ijszuil van zon 15 meter hoog, en daarnaast, staat direct onder de ijswaterval een grote stompe ijshoop van zo´n 10 meter hoog, waar een douche van smeltwater op valt. Het is ver boven nul, en alles is aan het smelten. Gelukkig, want de wind heeft zelfs sommige grepen vol met sneeuw geblazen.
Steeds vaker komt er weer een lading poeder naar beneden, en grote stukken ijs landen allen net buiten ons bereik. Lang leven de overhang.
Katha en ik warmen op in een spekkige 7a op mooie gaten, nadat we de plekken gemarkeerd hebben, waar ijspegels boven hangen, en waar de zekeraar dus niet moet gaan staan.
Daarna doen we een krachtige 7b+, en ik werk de verlenging daarvan uit, een route die het hele dak door traverseert, totaan waar de mega ijspegel hangt, en de route gelukkig ophoudt. Het blijkt 8c te zijn, en een aparte. Een paar grepen breken uit, en de route is gemarkeerd door knalharde boulderpassages op hele kleine randjes. Hij heet dan ook ´Fightclub`. Fuzzy doet een grote traverse, die er wonderschoon uitziet: ´Chaos`, 8b, hij klimt hem direct na het uitwerken.
Dan horen we plotseling een hard gesuis, en zien we de helft van de wateval in één keer naar beneden komen, die versplintert op de ijshoop beneden, waar niet meer dan de helft van over blijft. Toch wel schrikken, wat een knal die tonnen ijs maken.
Katha en Hans doen beide verschillende 8a+en op het hoofddeel: een tamelijk overhangende wand van 20 meter hoog met gaten en spleten voorzien. Hier is ook de nieuwe 9a, `Mongo`, te vinden, die pas gedaan is.
Katha doet 2 pogingen in `White Wnds`, dé klassieke 8a van het gebied, maar wil onderin een scherpe spleet liever niet vasthouden doordat het zoveel pijn doet. De rest van de route gaat wel, maar zonder tape gaat die pas toch echt niet meer als één keer.
Ik doe nog een 8b naast haar route, die `Pulce d´àqua` heet, die een begin boulder bevat, en een hele spannende eindboulder.
Dan is de zon weg en wordt het weer barkoud, dus tijd om naar beneden te gaan. De vellen worden van de skis gehaald, en fuzzy en ik worden zenuwachtig. Beide snowboardem we eigenlijk bijna alleen maar, en een week geleden hebben we voor het eerst sinds 7 jaar weer eens een dag geskiet.
Nu moeten we tussen de bomen door het steile poeder naar beneden, en vragen ons af of dat goed gaat.
Als afscheidgroet komt net voordat we weggaan de rest van de waterval naar beneden, wat een nog grotere klap maakt, en ons alle met ijsblokjes bekogelt. Daar hadden we niet onder moeten staan...
Het skien gaat eigenlijk nog wel goed, maar we blijven vaak vallen, en dan is het moeilijk om weer te stoppen met rollen. Het wordt echt snel donker, en Katha probeert Fuzzy met alle macht uit de kuil te halen die hij heeft gemaakt in zijn val, maar het opstaan duurt lang. in het maanlicht, skien we over de vlakke golvende sneeuwvelden, wat een bijzonder gevoel geeft. Met nog een paar keer vallen en sneeuwgraven, komen we weer bij het lawinespoor aan, en dan bij de auto, waar het weer min 10 blijkt e zijn. Vannacht zal de waterval wel weer bevriezen en morgen zal hij wel weer naar benden komen...
Morgen zitten wij in de klimhal, waar het warm is, en waar het veilig is.
|